Skip to main content

Gladheidmetingen

Wist je dat bruggen en viaducten als eerste bevriezen? Met ons gladheidmeldsysteem worden gemeentes en strooidiensten automatisch verwittigd wanneer dit gebeurt.

Voor verschillende gemeentes installeren wij geavanceerde gladheidmeldsystemen in bruggen en viaducten. Deze systemen detecteren ijsvorming en sturen automatisch meldingen en dagelijkse rapportages naar de strooidienst. De ontvangen gegevens worden geïntegreerd in hun strooiplanning, zodat ze de meest efficiënte route kunnen rijden en de wegen veilig en begaanbaar blijven.

Deze kaart bevat strooidata van Rijkswaterstaat.

Waarom een gladheidmeldsysteem in bruggen en viaducten

Grondwarmte

Wanneer het vriest, behoudt de grond veel warmte, terwijl de lucht snel afkoelt. Bruggen en viaducten hebben minder contact met de grond in vergelijking met wegen. Hierdoor komt de koude lucht niet alleen in contact met de bovenkant van de brug, maar ook met de onder- en zijkanten. Dit zorgt ervoor dat bruggen en viaducten veel sneller afkoelen dan gewone wegen. Het contact met de warme grond zorgt ervoor dat wegen langer beschermd blijven tegen ijsvorming, terwijl bruggen eerder bevriezen door het directe contact met de koude lucht.

Materiaal

In mindere mate speelt het soort materiaal een rol. De meeste bruggen zijn van staal, gewapend beton, hout of composiet gemaakt. Staal en gewapend beton hebben een hogere warmtegeleidingscoëfficiënt en geleiden warmte beter dan asfalt, composiet en hout. Hierdoor gaat de warmte sneller verloren aan de lucht.

De warmtecoëfficiënt van de volgende materialen:

  • Staal 50 W/mK
  • Gewapend beton 1.7 – 2.0 W/mK
  • Composiet 0.3 – 0.5 W/mK
  • Asfalt 0.66 W/mK
  • Hout 0.13 – 0.21 W/mK
Opvriezing brugdek gladheidmeldsysteem

Vorm

Ook speelt de vorm en het contactoppervlakte met de buitenlucht een rol. Objecten met meer oppervlakte ten opzichte van de massa volgen de luchttemperatuur sneller. Delen met isolatiekamers van lucht of schuim vriezen minder snel op.

Omgekeerd geldt hetzelfde, wanneer de ondergrond of de isolatiekamers eenmaal onder het nulpunt zijn, warmen deze delen ook minder snel op zoals op deze brug te zien is. Hier zitten er isolatiekamers midden onder de brug.

Zo werkt ons gladheidmeldsysteem

Rondom en in de brug worden meerdere sensoren strategisch geplaatst om continu data te verzamelen over temperatuur, luchtvochtigheid en andere relevante omgevingsfactoren. Deze gegevens worden in realtime naar onze servers verzonden, waar geavanceerde algoritmen de informatie analyseren. Door patronen en trends te herkennen, kan het systeem vroegtijdig signaleren wanneer er een risico op opvriezing ontstaat. Dit stelt wegbeheerders in staat om snel en gericht maatregelen te nemen, zoals het strooien van zout of het waarschuwen van weggebruikers, om de veiligheid op de brug te waarborgen.

Metingen

De belangrijkste metingen voor het gladheidmeldsysteem zijn temperatuur, luchtvochtigheid en zoutgehalte.

Temperatuur: Zowel de oppervlaktetemperatuur van het wegdek als de temperatuur onder het wegdek worden gemeten om een nauwkeurig beeld te krijgen van mogelijke bevriezing.

Luchtvochtigheid & nat wegdek: Verschillende vochtigheidsniveaus in de lucht kunnen leiden tot verschillende gladheidsfenomenen, zoals:

  • Bevriezing van het wegdek (bij natte omstandigheden)
  • Gladheid door neerslag (ijzel of sneeuw)
  • Rijp (gladheid door condensatie)

Zoutgehalte: Door het zoutgehalte op het wegdek te meten, kan de bevriezingstemperatuur nauwkeurig worden bepaald. Dit helpt bij het optimaliseren van strooiacties en voorkomt onnodig zoutverbruik.